Handdruk, uitgave van de Vrienden van het UMCG

 

Handdruk, uitgave UMCG

 

Al vanaf december 2001 schrijf ik met veel plezier korte verhaaltjes voor Handdruk, het blad van de vrienden van het UMCG, het Universitair Medisch Centrum in Groningen.

Dus als u ooit in het UMCG bent (en dan hoop ik voor een kraamvisite), kijk gerust even tussen de tijdschriften in de wachtkamer…

 

 

Column juni 2012 Tuin&Kunst Tiendaagse 

 

Handdruk 2013/10        
Op stoom

 

“Kun je daarmee sturen?” vraagt Tibbe (5) en wijst op een rood wieltje. Vol ontzag staat hij in de cabine van een oude stoomloc. Hij mocht net onder de afzetbalk doorkruipen van één van de vrijwilligers van Museumspoorlijn STAR en dat liet Tibbe zich geen twee keer zeggen natuurlijk.
De man schiet in de lach. “Een trein kun je toch niet sturen?!”
Tibbe kijkt hem onderzoekend aan. Wat is dat nu voor opmerking. Iets wat kan rijden moet je toch kunnen sturen! De man heeft het nog even over wissels en vraagt vervolgens aan Tibbe: “Weet je hoe lang het duurt voor we een loc op stoom hebben?”
“Ik denk dat ik hem dan eerst moet uitleggen wat ‘op stoom’ is, hij is vijf,” probeer ik het niveau een beetje te duiden.
“Vier-en-twintig-uur!” De man zegt het nadrukkelijk, alsof hij het net zelf voor het eerst heeft gehoord. “Dat is wel even wat hè?”
Tibbe grijnst een beetje beleefd. Dan krijgt de man via de walkietalkie te horen dat hij moet gaan, zijn aanwezigheid is dringend gewenst op een andere plek. Tibbe voelt nog eens aan het rode wieltje.
“Raar hè, dat je een trein niet hoeft te sturen. Zal ik je laten zien hoe dat komt?” Ik laat Tibbe onder de trein de wielen zien en hoe die precies passen op de rails. Eén eyeopener per dag is wel genoeg. Dat ‘op stoom’ komt nog wel eens een keer.

Ik was een aantal jaren geleden al eens bij de STAR voor een reportage en nam me gelijk voor er eens met de kleinkinderen naar toe te gaan. Samen met mijn hoofdpersoon destijds, ook al zo’n toegewijde vrijwilligster, liep ik langs de vitrines in het museum. Haar vader was spoorwegwachter geweest, ze groeide op langs het spoor en de verhalen die ze vertelde over ‘vroeger’ deden me begrijpen waarom ze vrijwilligerswerk ging doen bij de museumlijn. Zelf dacht ik terug aan mijn jeugd. Iets later dan het stoomtijdperk, meer de tijd van de hondekop, de blauwe engel en de rode duivel. Op de fiets naar het station van Leiden. Daar ging mijn fiets in de speciale rijwielenwagon. Je melden bij de conducteur. Die kreeg van mijn vader het verzoek er op toe te zien dat ik in Dordrecht zou overstappen op de juiste trein. En daar ging ik, voor een logeerpartij bij opa en oma. In mijn uppie, tien jaar oud, op wereldreis naar Gorinchem. Onvoorstelbaar in deze tijd.

Opgewonden kindjes als ze begrijpen dat we echt met de trein gaan. Helemaal naar Veendam en weer terug. Plaats genoeg, alle kindjes kunnen bij het raam, dat ook nog eens open kan. Haren in de wind. Schrikken van de stoomfluit. Een conducteur die de kaartjes komt knippen. Over een bruggetje naar een andere wagon lopen. Zo nu en dan remt de trein af. We zien de conducteur langs de trein lopen, naar de overweg, om handmatig de seinen op rood te zetten. Stoomspuwend zet de trein zich weer in beweging.
Het thema van deze rijdagen is ‘STAR goes Amerika’ en op het station van Veendam komt de hamburgerlucht je al tegemoet. Er moet gerangeerd worden. Tibbe ziet de werking van de wissels en hoe de loc, langs de wagons, naar het andere eind van de trein rijdt om daar weer aan te koppelen. Kleindochter heeft meer belangstelling voor de countryzangeres in de stationsrestauratie.

Weer terug in Stadskanaal spelen we boefje bij een echte Amerikaanse politieauto, zitten de kids in een gigantische Hummer, bedienen ze de verlichting van een modelspoorbaan en kunnen ze op de bestuurdersstoel zitten van een blauwe engel. Met een grote ruit aan de voorkant en heel veel knopjes vindt Tibbe dat toch meer een echte trein dan die stoomloc met het rode wieltje.

Als we weer naar de oude bus lopen die ons naar het parkeerterrein zal brengen, verzucht Tibbe: “Jammer dat we weggaan, het was vet cool!”
Fijne dag gehad met elkaar. En ik hoef jullie niet te vertellen dat dit alleen mogelijk was door een grote club over-enthousiaste vrijwilligers. 

 

 

__________________________________________________________________________________________

Handdruk 2013 nr.6 
Elins Nail Studio

 

Ze zeult een grote tas mee naar binnen. Langs haar heen stuift haar broertje, inmiddels  zonder bagage, zijn zwemtas heeft hij in de hal achtergelaten.  Elin en Tibbe, nu acht en vijf jaar oud, net bij school opgepikt voor een middagje oppassen.  Het is één van de redenen waarom we dicht bij elkaar wonen. Geen vaste oppasdagen, maar noodhulp als dat nodig is.
De televisie mag aan, ik schenk wat te drinken in. Even een rustpunt, want over een uur moeten we alweer naar zwemles. Voor het eerst dat we dat met Tibbe meemaken. Elin heeft die periode al achter de rug. Ik herinner me de krappe warme kleedhokjes, klamme beentjes die weer in tegenwerkende maillotjes gewurmd moesten worden, oma met een rood hoofd van inspanning. Maar dat is straks.

“Wat heb je toch in die tas Elin?” Ze begint te stralen. “Mag ik je nagels lakken oma?” De grote tas wordt op de tafel gehesen en ze begint uit te pakken. Ik zie meer flesjes nagellak verschijnen dan ik in mijn hele leven bezeten heb. In alle denkbare kleuren, met en zonder glitter. Ze worden keurig op kleur uitgestald, in een halve cirkel. En dat is nog niet alles. In de kring van flesjes legt ze velletjes met minuscule stickertjes van vlindertjes en bloemetjes. Er gaat een klein doosje open. Met de ernst van een volleerd manicure legt ze een aantal nepnagels voor me op tafel. Op deze nagels heeft ze al haar creatieve inspiratie al uitgeleefd. Het zijn voorbeelden en na ze goed bekeken te hebben besluit ik om het lakken uit te stellen tot na het zwembad.
“Hoe kom je hier allemaal aan?” vraag ik. “Van een feestje. Daar was een mevrouw, die gaf echt les. Daar zijn die van.” En ze wijst op de stickertjes. De flesjes heeft ze al eens cadeau gekregen van vriendinnetjes en mama heeft ook vrijwillig wat afgestaan.
Dat was dan weer zo’n feestje waarvan ik stiekem denk: heel leuk en zeker aan Elin besteed, die houdt wel van tuttelen, maar wat bedenk je dan nog als ze groter zijn? Kinderfeestjes zijn tegenwoordig complete workshops inclusief professionele begeleiding. Niks uren knutselen met het grut en speurtochten uitzetten, nee, hupsakee in de auto naar een ‘bijzondere bezigheid die nog niemand heeft ontdekt’. Of overlaten aan een ingehuurde entertainer die bijvoorbeeld een kookclinic verzorgt en alle ingrediënten meebrengt en de troep ook weer meeneemt. Kinderfeestjes zijn een jaarlijks terugkerende zorg geworden, want is niet alles al ontdekt? Ik heb dit ook zeker met mijn dochter besproken, die het gelukkig nog niet zo heel gek maakt. “Maar wat moet ik dan mam, ze moeten toch mee kunnen doen.”

We vertrekken naar het zwembad, waar blijkt dat jongetjes makkelijker zijn dan meisjes. Een openbaring voor mij, uitsluitend ervaring hebbend met een dochter en kleindochter. In een mum van tijd is het mannetje uit de kleren. Broek, T-shirt, sokken, klaar. Door het grote raam kijk ik naar zijn gespartel, voor het eerst in het diepe. Na afloop geen rillend meisje met druipende paardenstaart, maar een stoere boy met stoere praat, wiens korte haar al bijna droog te wrijven is met de handdoek en die zo in zijn kleren gehesen is. In no-time zitten we achter een ijsje.
Thuis leg ik een plastic tafellaken over de tafel en een keukenrol binnen handbereik. Ik kies uit de rij flesjes een paarse lak. Het aanbod van op elke nagel een andere kleur sla ik af. “Dat is niets voor oma’s joh.” Ze knikt instemmend, klant is koning. Het worden dikke lagen door de tijd die ze per nagel nodig heeft. De paarse laag blijkt nog maar een basis te zijn. Met  serieuze toewijding brengt ze nog een glitterlaag aan en mag ik uit de stickertjes kiezen. Ik kies een vlindertje. “Dat had ik wel gedacht oma!” Ze plakt er nog een ‘edelsteentje’ bij, service van de zaak.
Zorgvuldig draait ze alle dopjes nog een keer aan en bergt alles weer op in de tas. Terwijl ik mijn vingers droogwapper geef ik mijn kleindochter een zoen op haar bol en stel ik mijn oordeel over kinderfeestjes bij. Toch best leuk, zo’n workshop. Tijden veranderen nu eenmaal.

 

Handdruk nr. 8 2009

Merkvast

 

In mijn keukenkastje staat Douwe Egbertskoffie, roodmerk, naast de Pickwickthee. Gebruik ik al zolang als ik getrouwd ben. Voor mijn noten ga ik naar de Lidl, geweldige cashewnoten! Broodzakjes komen van Albert Heijn. Ze zitten in zo’n handig pakje waar je netjes steeds één zakje tegelijk uit kunt trekken. De kaasboer op de markt in Vlagtwedde heeft de lekkerste brie van de regio en zijn nr. 5 ‘oud snijdbaar’ is onovertroffen en een goede reden om de markt trouw te bezoeken.
Ik geloof wel dat ik kan beweren redelijk merkvast te zijn. Alleen als het oude niet meer bevalt, ben ik in voor verandering. Toen ze bijvoorbeeld de samenstelling van mijn favoriete bakboter hebben veranderd, waren ze een trouwe klant kwijt! Ik heb het ook met drogisterijartikelen; gezichtscrème, shampoo, zeep. Vertrouwde geurtjes en de verwachte uitwerking. Mijn horloges  koop ik bij de HEMA. Eenvoudige tijdloze modellen, al is dat een grappige omschrijving voor iets dat de tijd aan moet geven. Ze kunnen tegen een stootje, hebben een lange levensduur. En wat ik zo handig vind: batterijtje leeg? Even binnenlopen en ze zetten er zo een nieuwe voor je in. Geen gepruts aan de keukentafel.

 

We moeten bij de HEMA zijn en omdat mijn klokje stil staat, loop ik even naar de balie van de klantenservice. Menno doet ondertussen een rondje winkel. Ik maak mijn horloge los en leg hem voor de verkoopster op de toonbank met de vraag of er even een nieuw batterijtje in kan.

De juffrouw bekijkt het horhoge van voor en van achter en zegt: “Dat mag ik niet doen, want deze is hier niet gekocht.”

“Hoezo? Ik koop mijn horloges altijd bij de HEMA en tot nu toe kon daar ook altijd even een nieuw batterijtje in.”

De juffrouw bekijkt mijn horloge nogmaals.

“Ik zie geen H. Er moet dan ergens een H staan, anders mag het niet. Alleen eigen merk.”

“Nou ik weet zeker dat ik hem hier heb gekocht!” Ik kijk hulpzoekend naar mijn man, die zich inmiddels bij mij heeft gevoegd.  Hij haalt zijn schouders op. “Als jij het zegt…”

“Er moet tóch een nieuw batterijtje in, hoe doen we dat dan?” vraag ik aan de juffrouw.

“Ik kan u het gereedschap aangeven, dan kunt u het zelf doen, maar ik mag u niet helpen.” Ze rommelt wat ik de la en geeft me een piepklein dingetje met een puntje eraan. “Daar insteken en dan wipt u de achterkant er zo af.”

Ondertussen groeit achter mij de rij gestaag aan. “Ik moet het zelf doen,” richt ik me tot de wachtenden, “en ik heb hem toch echt hier gekocht!”

Ik morrel wat aan het horloge. “Ik heb geen leesbril bij me, ik kan het niet goed zien. Ach, help nou even, op mijn verantwoording.” Maar de klantenservicedame is onverbiddelijk. Vertelt over mogelijke schadeclaims als zij het horloge per ongeluk zou vernielen. Als het nou een HEMAhorloge was, dan had het wel gemogen, want dan kan ze er een nieuwe voor teruggeven als het fout zou gaan.
“Maar het IS een HEMAhorloge!” zeg ik met inmiddels een rood hoofd door al die priemende blikken van de rij achter mij. Uiteindelijk lukt het me het achterkantje los te wrikken. Met een ander puntje moet ik nu het batterijtje eruit lepelen. Het zweet breekt me uit.
“Ik doe dit op de gok hoor, jouw ogen zijn vast beter dan de mijne, doe nou niet zo flauw.” Ze lacht extra flauwtjes, maar steekt geen hand uit. Aan Menno hoef ik het niet te vragen, zijn vingers zijn niet berekend op priegelwerk. Het lukt me het kleine knoopje te verwijderen en de nieuwe op zijn plaats te drukken. Als ik sta te hannesen met het achterkantje helpt ze toch nog even mee. “Ik kan nu niets meer vernielen,” zegt ze verklarend.

Ik reken af en werp nog wat verontschuldigende blikken naar de wachtende klanten in de rij. Ik wil naar buiten, frisse lucht!

Weer buiten krijg ik het nog warmer. Ik zie ineens een grote glazen vitrine voor me. Ik zie mezelf wijzen op een simpel, stoer horloge, precies wat ik zoek! Dat was wat ik zocht bij de HEMA, maar daar niet kon vinden, zodat ik verder zocht  en uiteindelijk bij de KIJKSHOP belandde.

Ik sta stil. Menno kijkt mij vragend aan.

“Hij is niet van de HEMA. Oh wat erg! Moet ik dat gaan zeggen?”

“Denk je dat zij dat niet allang weet?!”

“Is dit het begin van de aftakeling?”

“Ach, als het hier bij blijft!”