Milo

mooigespro | 9-8-2010 08:20

In het voorjaar van 2008 haalden we twee katten uit het asiel: Milo en Mars.

Milo bleek al snel zwaar astmatisch te zijn. Met veel kunst en vliegwerk hebben we zijn leven draaglijk kunnen houden tot 12 april 2010. We hadden deze kanjer graag nog wat langer bij ons gehad.

Het verhaal van de komst van Mars en Milo vindt u hieronder.

Profielschets

 

Ik moest mijn mobieltje stijf tegen mijn oor houden en mijn vinger in mijn andere oor stoppen om de autogeluiden buiten te sluiten en om goed te verstaan wat de mevrouw aan de andere kant van de lijn beweerde. We reden ergens in de buurt van Amsterdam, zaterdagmorgen tien over tien, mijn man achter het stuur, en we waren op weg naar mijn schoonmoeder in de randstad. Dat was afgesproken, anders was ik die morgen om tien uur in het dierenasiel geweest en was niet gebeurd wat de mevrouw mij net vertelde.

“Hoezo, net aan iemand anders beloofd?! Ik heb het poesje gisteren gezien. Zodra ik thuis was heb ik geprobeerd te bellen, maar jullie waren al dicht en daarom heb ik haar per email gereserveerd en gezegd dat ik vandaag tussen tien en twaalf zou bellen om het nog eens te bevestigen. Dat doe ik nu en dan hebben jullie de poes net aan iemand anders toegezegd? Dat kan dus niet. Ik was eerder, ik heb daar schriftelijk bewijs van!”

Dit had ik al drie keer herhaald, maar de ongetwijfeld toegewijde vrijwilligster van het dierenasiel bleef maar volhouden dat ik toch echt te laat was, want het poesje was vijf minuten geleden besproken.

Woest was ik, inmiddels ter hoogte van Schiphol. En ik zou maandag wel eens uit gaan leggen dat ik in mijn recht stond!

De dag ervoor waren we in het asiel geweest, mijn man en ik. Eén van onze katten, Hoppe, was te vroeg en onverwacht overleden en ik had een paar dagen verdrietig het huis gedeeld met Peppertje van zestien en de stilte gehoord. Peppertje, doof en bijna blind, waarvan we al een paar jaar verwachten dat ze in zal slapen, maar die ondertussen al haar tijdgenoten heeft overleefd.

Mijn man wilde niet mee naar het asiel. Hij wilde al die zielenpieten niet zien, die vaak buiten hun schuld in een situatie terecht zijn gekomen waarin ze niet gelukkig zijn en waarvan ze niets begrijpen. Maar ik wilde niet alleen, omdat ik vond dat hij mee moest beslissen over met welke kat we ons huis de eerstvolgende tien jaar gingen delen. En ook om te voorkomen dat bij schade aan de leren bank of aan zijn favoriete stoel of aan belangrijke papieren of aan een nog niet gelezen krant, hij uit zou roepen: het was jouw keus!

Ik viel voor een rood katertje van acht maanden oud. Mijn man in eerste instantie niet. Hij zag het speelse ding in gedachten al sprinten over die leren bank. Maar we wilden toch een zo jong mogelijke kat, want we hebben te veel afscheid moeten nemen de afgelopen jaren, dus werden we het eens. Het rode katertje werd gereserveerd. Over het lapjespoesje van anderhalf, dat ook zo lief spon en zo zacht was, vergaderden we in de auto, na ons asielbezoek op weg naar huis, en het vervolg van het verhaal is u inmiddels bekend.

Terwijl we daar rondkeken in de kattenverblijven werd mijn man bijna omver gekopt door een zwarte kater met een deftige witte bef. We informeerden naar zijn leeftijd. Hij bleek vijf te zijn en paste daarmee niet in onze profielschets. Ik haalde hem ook even aan. Twee heldergroene ogen keken mij vriendelijk en doordringend aan. Hij genoot van de aandacht en spon uitbundig.

En kijk. Nadat mijn boosheid na een half weekend een beetje was gezakt en ik had besloten dat ik me niet zou verlagen tot vechten om een poesje, kwam er een zwarte kop bovendrijven in mijn gedachten. Een zwarte kop met prachtige groene ogen. Op zondagmorgen zei mijn man ineens: “Ik kan die zwarte kater niet uit mijn hoofd zetten.” En samen besloten we lachend dat die zwarte jeweetwel heer er dan maar moest komen.

Maandagmorgen heb ik het asiel gebeld. En voor de beheerster van wal kon steken met haar verdediging van de gang van zaken, heb ik gezegd: “We gaan drie katten aan een goed tehuis helpen. Ik hoop dat het poesje goed terecht komt en vanmiddag haal ik het rode katertje op én die zwarte van vijf.” Iedereen tevreden.

De twee katers waren al een uur in huis toen Pepper letterlijk lucht kreeg van de nieuwe huisgenoten. Haar ogen werden groot als schoteltjes, haar haren gingen overeind en dwars lopend om nog groter te lijken, sprong ze op de katers af. Die doken blazend in elkaar bij dit machtsvertoon. Pepper draaide zich vervolgens waardig om, sprong weer op haar kussen en ging verder met haar schoonheidsslaapje. Sindsdien laten de katers de oude dame gewoon met rust. Samen kunnen ze het heel goed vinden. Mars, het rode katertje, heeft de bank al behoorlijk te pakken gehad, maar ik ben inmiddels geoefend in het wegwerken van krasjes. Bovendien kan hij zo aandoenlijk knuffelen, dat we hem al zijn zonden direct weer vergeven. En Milo, onze zwarte kanjer, loopt hier rond alsof hij al zijn hele leven bij ons woont. Hij heeft ons uitgekozen en zichzelf op een indrukwekkende wijze verkocht. Hij kijkt me soms langdurig aan met zijn grote groene ogen en knijpt ze dan even samen. Wat nou profielschets, lijkt hij te zeggen, ik hoor hier gewoon!

 

 

Reacties

Cora Westerink
teksten