Handdruk, uitgave van de Vrienden van het UMCG.

 

Handdruk, uitgave UMCG

 

Al vanaf december 2001 schrijf ik met veel plezier korte verhaaltjes voor Handdruk, het blad van de vrienden van het UMCG, het Universitair Medisch Centrum in Groningen.

Dus als u ooit in het UMCG bent (en dan hoop ik voor een kraamvisite), kijk gerust even tussen de tijdschriften in de wachtkamer…

 

 

 

 

Handdruk december 2008
Het mysterie van Paiter Peuk

 

Alweer meer dan een jaar geleden, maar nog steeds niet opgelost. Het mysterie van Paiter Peuk.

Wij volgden die dag het advies op van alle weermannen van alle televisiezenders. Wilden we genieten van het winterweer, dan was die zaterdag vlak voor kerst voorlopig de laatste om dat te doen en die kans wilden we natuurlijk niet onbenut voorbij laten gaan. We kozen voor de wandelroute door Ter Wupping, vlak bij Onstwedde. Een prachtig stukje Westerwolde.

Koning Winter had flink uitgepakt. De bomen en struiken stonden, onder een dikke laag rijp, te glinsteren in het vriendelijke zonnetje. Wat nou kortste dag van het jaar, donkere dagen voor kerst! De lucht was stralend blauw, zo blauw zie je hem niet vaak en al dat schitterende wit stak daar mooi bij af.

Waar we onze auto normaal in eenzaamheid achterlaten, stond nu een aanzienlijk wagenpark, maar eenmaal wandelend, kwamen we niet veel mensen tegen. Diegenen die we zagen hadden allemaal een indrukwekkend fotoapparaat in de aanslag en ik had spijt mijn digitale toestelletje thuis te hebben gelaten. Gemiste kans; hier waren prachtige plaatjes te schieten voor de kerstkaart van het volgende jaar! Daar hadden de weermannen ook even op moeten wijzen!

We spotten een ree tussen het ritselende berijpte buntgras. En later nog een groepje van vier in de verte. Zonder de rijpwitte achtergrond hadden we ze nooit gezien.

Het zandpad boog af het bos in. Ter Wupping is een prachtige mix van open stukken en bospercelen. Op een smal paadje kwam ons een stel tegemoet. We gingen al wat achter elkaar lopen, voorbereiding op het passeren, maar zo’n vijftig meter voor ons stopten ze abrupt, doken de bosjes in en op het moment dat wij passeerden kwamen ze er geamuseerd lachend weer uit.

Wij groetten, discreet glimlachend.

Vanuit mijn ooghoek zag ik nog net een briefje, dat met een punaise op een stronk was geprikt.

“Ze lazen een briefje,” zei ik tegen mijn man.

“Een speurtocht misschien,” antwoordde hij, terwijl we gewoon doorliepen.

“Ja misschien.”

We waren de bocht in het pad al om.

“Ze moesten er wel om lachen,” zei ik.

“Wil je terug?”

Natuurlijk wilde ik terug. En even later las ik:

Deze weerbarstige wilg

bezorgde Paiter Peuk

halverwege het rooien

een dubbele breuk.

Beterschap Paiter!

 

Ik keek om me heen. Een aantal jaren geleden was op deze plek een drinkplaats aangelegd. Al snel was de kale grond eromheen begroeid geraakt, eerst met gras en plantjes, later met jong struikgewas en kennelijk was daar nu het eerste natuurbeheer in nodig geweest. De lange rechte twijgen van de wilg lagen op de grond. De grond om de stronk was verwijderd of misschien door het rukken geweken. Hier was Paiter aan het werk geweest. En de stronk had gewonnen, dat was wel duidelijk. Was Peuk zijn echte achternaam? Of was het een bijnaam; had hij altijd een shagje aan zijn lip hangen of een sigarenpeuk in zijn mondhoek die meebewoog als hij praatte? Was die dubbele breuk een hyperbool, een enorme overdrijving en was het hem in werkelijkheid alleen maar even in zijn rug geschoten? Of was Paiter vanhier op een ter plekke van wilgentenen gevlochten brancard door zijn snoeivrienden naar de auto vervoerd en vervolgens in vliegende vaart naar het ziekenhuis gereden? Hoe zou Paiter de kerstdagen hebben doorgebracht? Op een in de kamer geplaatst bed, zodat hij er toch bij kon zijn? Of misschien wel met de hele familie op de smalle latten in Tirol!

En dan de schrijver van het briefje. Vast een wat oudere man. Een woord als ‘weerbarstig’ in combinatie met het schuine nette handschrift zorgde dat dat beeld direct gestalte kreeg in mijn hoofd. Een observator, een mensenmens. Een man ook met humor, anders laat je niet zo’n boodschap achter in de natuur.

Mijn man en ik leerden ter plekke allebei één zin uit ons hoofd. Thuis schreef ik het rijmpje op een briefje. Wat schoot ik er mee op?

Ik ging terug omdat ik nieuwsgierig was. Maar het lezen van het briefje heeft een stroom van vragen op gang gebracht en mijn nieuwsgierigheid alleen maar groter gemaakt! Ik stuurde een berichtje naar de regiokrant; mijn oproep werd niet geplaatst. Ik vertelde het verhaal rond in mijn kennissenkring, maar niemand bracht licht in de duisternis.

Ik kon me uiteindelijk alleen maar aansluiten bij de dichter: beterschap Paiter!

Het mysterie van Paiter Peuk, wie lost het op?

 

 

Een tijdje later kreeg ik de volgende reactie:

 

Goedemiddag,
 
Afgelopen donderdag las ik uw column in de handdruk van het UMCG. Deze krijg ik omdat ik als storemanager van de Albert Heijn to go in het UMCG werkzaam ben.
Mijn oog viel direct op Ter Wupping in Onstwedde en omdat ik daar aan de Ter Wuppingerweg woon, was de interresse direct gewekt.
Ook ik heb het gedichtje gelezen en weet ook de betekenis hiervan.
 
De schrijver van het gedicht is een inwoner van Ter Wupping wiens boerderij u tijdens uw wandeling bent gepasseerd en wellicht heeft u bij deze imker een potje Terwuppinger honing gekocht.
Het is zoals de dichter zelf zegt een vergramd gedicht. Hij was boos, heel boos.
Het alles beter wetende Staatsbosbeheer had namelijk in hun wijsheid besloten dat de betreffende wilgen moesten verdwijnen zodat de wandelaar een vrij uitzicht had op het vennetje.
Nu weten u en ik dat de wilgen in het voorjaar katjes dragen en iets later dan gaan bloeien. De wilgenbloei is favoriet bij vlinders en bijen en trekt deze dan massaal aan.
Maar de vlinders en bijtjes zijn volgens staatsbosbeheer minder belangrijk dan het uitzicht van de wandelaar een dus weg ermee. Dit maakte de goede man zo boos dat hij besloot op de resten van de wilg het gedicht te prikken. Paiter Peuk is dus een dichterlijke vrijheid, Paiter als Groningse naam, Peuk omdat het moest rijmen.
Het was hem niet in de rug geschoten maar het was vrijdagmiddag 4 uur, de werklieden hadden weekend, maandag ging men weer verder.
 
Een vergramd gedicht van een imker en groot liefhebber van de natuur tegen medewerkers van Staatsbosbeheer die het voedsel voor zijn bijen weghaalden.
 
Wellicht had u op een meer romantische oplossing van het mysterie gehoopt maar het is niet anders.
 
met vriendelijke groet
 
B. Wolfs
Ter Wuppingerweg 3
9591VH Onstwedde


Handdruk 2010 nr. 6 / 50ste Handdrukje

Nieuw begin

 

Misschien bent u een vaste lezer en weet u dat ik al heel wat jaartjes op deze bladzijde sta. Wat u niet weet is dat ik al mijn stukjes op nummer opsla en dus al een tijdje aan zag komen dat dit precies nummer 50 is. En dan gaat een mens terugdenken en zelfs emotioneel worden, want wat is er allemaal wel niet gebeurd in al die jaren! Veel daarvan heb ik met u gedeeld. Het begon allemaal uit dankbaarheid, weet u nog? Ik had, als vrouw van een patiënt, aan den lijve ondervonden hoe fijn het is als je goed wordt opgevangen in een ziekenhuis. Op een moment dat je heel kwetsbaar bent en het allemaal niet zo goed meer weet. Dan is het fijn dat er vrijwilligers zijn die dat dagelijks meemaken en niets raar vinden. Die je, soms letterlijk, bij de hand nemen en de weg wijzen. Tijd voor je hebben en een luisterend oor. Uit pure dankbaarheid heb ik me gemeld bij de redactie en ik ben blij dat ik op deze manier ook een beetje vrijwilligerswerk kan doen voor vrijwilligers en andere lezers.
Ik vertelde u vooral over ons leven. Een leven dat in tweeën geknipt lijkt. Vóór en ná de kanker. Voor die tijd een leven op een boerderij met veel dieren: ik haalde herinneringen voor u op. Na die tijd de angst die langzaam naar de achtergrond verdween, zodat er weer ruimte kwam voor nieuwe dingen.
U zag huisdieren komen en gaan, ons een nachtje terugkeren van ons vakantieadres omdat we niet zeker meer wisten of we een deur wel open hadden gelaten voor de poes. Ik heb uitgebreid mijn tuin beschreven met alle gebeurtenissen rond nestkastjes, nieuwe planten, oude bomen en ook wel eens het besef verwoord nooit meer weg te willen van die fantastische plek. Mijn schoonmoeder werd op een prachtige manier ouder in mijn stukjes en de beschrijving van haar afscheid hoorde daardoor ook in Handdruk. U heeft mijn kleinkinderen geboren ‘zien’ worden, hun eerste stapjes en woordjes meebeleefd. Misschien moest u wel lachen bij het verhaal over de zwemles van Elin omdat u zelf iets vergelijkbaars heeft meegemaakt. Want dat is wat ik altijd probeer: de vinger te leggen op het mooie of ontroerende in de alledaagse dingen. Omdat ik er van overtuigd ben dat geluk voor het grijpen ligt en vaak vlak naast verdriet, je moet het alleen willen zien.
Tja, wat valt er nog te schrijven na 50 Handdrukjes? Om niet zonder stof tot schrijven te geraken rijden we voor u naar Steenwijk. Dankzij de TomTom vinden we onze weg door een wirwar van straatjes tot vlak voor het huis waar we een afspraak hebben. Op hetzelfde moment komt er een auto aangereden met in de achterbak een heel vertrouwd silhouet! Ik voel me er warm van worden. Dat is het hoogdrachtig teefje dat voor ons een nieuw hondje gaat werpen. De hond bevalt me gelijk, het type, het rustige gedrag. Een prachtige roodbruine Tervuerense herder gaat ze ons geven, kan niet missen, want pa is ook een plaatje! Drie jaar geleden overleed plotseling onze vorige herder Inka aan een maagtumor. Daar waren we echt kapot van. Die hond was nog een pup toen mijn man ziek bleek te zijn en wat een geweldige therapie is dat beestje geweest. Met haar doldwaze caperiolen  liet ze ons lachen door onze tranen heen. Ze sleepte ons mee naar buiten, dwong ons tot spelen en wandelen, en al wandelend tot praten, verwerken en vechten. Ze werd meer dan een hond. Daarom zijn we nu pas toe aan een nieuwe huisgenoot. Volgend jaar gaat Menno met pensioen en omdat we graag wandelen, moeten we nu hoognodig beginnen met een hondje, zodat het volgend jaar met ons mee kan. Ik mag mijn arm om de nek van de moederhond leggen en zelfs haar buik voelen. “Een stabiele hond,” zegt de fokker, maar dat was mij al duidelijk. Ook de andere honden komen ons begroeten. Het voelt vertrouwd, zo’n neus die even in je hand geduwd wordt. Een nieuwsgierig snuffelen aan je broekzak: zou er iets lekkers inzitten?
Met een vreemd geluksgevoel zit ik naast mijn man in de auto naar huis. Met het kleine hondje dat gaat komen beginnen we aan een nieuwe fase in ons leven, eigenlijk net als de vorige keer.
Ik hou u op de hoogte.


 

Handdruk nr. 8 2009

Merkvast

 

In mijn keukenkastje staat Douwe Egbertskoffie, roodmerk, naast de Pickwickthee. Gebruik ik al zolang als ik getrouwd ben. Voor mijn noten ga ik naar de Lidl, geweldige cashewnoten! Broodzakjes komen van Albert Heijn. Ze zitten in zo’n handig pakje waar je netjes steeds één zakje tegelijk uit kunt trekken. De kaasboer op de markt in Vlagtwedde heeft de lekkerste brie van de regio en zijn nr. 5 ‘oud snijdbaar’ is onovertroffen en een goede reden om de markt trouw te bezoeken.
Ik geloof wel dat ik kan beweren redelijk merkvast te zijn. Alleen als het oude niet meer bevalt, ben ik in voor verandering. Toen ze bijvoorbeeld de samenstelling van mijn favoriete bakboter hebben veranderd, waren ze een trouwe klant kwijt! Ik heb het ook met drogisterijartikelen; gezichtscrème, shampoo, zeep. Vertrouwde geurtjes en de verwachte uitwerking. Mijn horloges  koop ik bij de HEMA. Eenvoudige tijdloze modellen, al is dat een grappige omschrijving voor iets dat de tijd aan moet geven. Ze kunnen tegen een stootje, hebben een lange levensduur. En wat ik zo handig vind: batterijtje leeg? Even binnenlopen en ze zetten er zo een nieuwe voor je in. Geen gepruts aan de keukentafel.

 

We moeten bij de HEMA zijn en omdat mijn klokje stil staat, loop ik even naar de balie van de klantenservice. Menno doet ondertussen een rondje winkel. Ik maak mijn horloge los en leg hem voor de verkoopster op de toonbank met de vraag of er even een nieuw batterijtje in kan.

De juffrouw bekijkt het horhoge van voor en van achter en zegt: “Dat mag ik niet doen, want deze is hier niet gekocht.”

“Hoezo? Ik koop mijn horloges altijd bij de HEMA en tot nu toe kon daar ook altijd even een nieuw batterijtje in.”

De juffrouw bekijkt mijn horloge nogmaals.

“Ik zie geen H. Er moet dan ergens een H staan, anders mag het niet. Alleen eigen merk.”

“Nou ik weet zeker dat ik hem hier heb gekocht!” Ik kijk hulpzoekend naar mijn man, die zich inmiddels bij mij heeft gevoegd.  Hij haalt zijn schouders op. “Als jij het zegt…”

“Er moet tóch een nieuw batterijtje in, hoe doen we dat dan?” vraag ik aan de juffrouw.

“Ik kan u het gereedschap aangeven, dan kunt u het zelf doen, maar ik mag u niet helpen.” Ze rommelt wat ik de la en geeft me een piepklein dingetje met een puntje eraan. “Daar insteken en dan wipt u de achterkant er zo af.”

Ondertussen groeit achter mij de rij gestaag aan. “Ik moet het zelf doen,” richt ik me tot de wachtenden, “en ik heb hem toch echt hier gekocht!”

Ik morrel wat aan het horloge. “Ik heb geen leesbril bij me, ik kan het niet goed zien. Ach, help nou even, op mijn verantwoording.” Maar de klantenservicedame is onverbiddelijk. Vertelt over mogelijke schadeclaims als zij het horloge per ongeluk zou vernielen. Als het nou een HEMAhorloge was, dan had het wel gemogen, want dan kan ze er een nieuwe voor teruggeven als het fout zou gaan.
“Maar het IS een HEMAhorloge!” zeg ik met inmiddels een rood hoofd door al die priemende blikken van de rij achter mij. Uiteindelijk lukt het me het achterkantje los te wrikken. Met een ander puntje moet ik nu het batterijtje eruit lepelen. Het zweet breekt me uit.
“Ik doe dit op de gok hoor, jouw ogen zijn vast beter dan de mijne, doe nou niet zo flauw.” Ze lacht extra flauwtjes, maar steekt geen hand uit. Aan Menno hoef ik het niet te vragen, zijn vingers zijn niet berekend op priegelwerk. Het lukt me het kleine knoopje te verwijderen en de nieuwe op zijn plaats te drukken. Als ik sta te hannesen met het achterkantje helpt ze toch nog even mee. “Ik kan nu niets meer vernielen,” zegt ze verklarend.

Ik reken af en werp nog wat verontschuldigende blikken naar de wachtende klanten in de rij. Ik wil naar buiten, frisse lucht!

Weer buiten krijg ik het nog warmer. Ik zie ineens een grote glazen vitrine voor me. Ik zie mezelf wijzen op een simpel, stoer horloge, precies wat ik zoek! Dat was wat ik zocht bij de HEMA, maar daar niet kon vinden, zodat ik verder zocht  en uiteindelijk bij de KIJKSHOP belandde.

Ik sta stil. Menno kijkt mij vragend aan.

“Hij is niet van de HEMA. Oh wat erg! Moet ik dat gaan zeggen?”

“Denk je dat zij dat niet allang weet?!”

“Is dit het begin van de aftakeling?”

“Ach, als het hier bij blijft!”

 


 

Profielschets

 

Ik moest mijn mobieltje stijf tegen mijn oor houden en mijn vinger in mijn andere oor stoppen om de autogeluiden buiten te sluiten en om goed te verstaan wat de mevrouw aan de andere kant van de lijn beweerde. We reden ergens in de buurt van Amsterdam, zaterdagmorgen tien over tien, mijn man achter het stuur, en we waren op weg naar mijn schoonmoeder in de randstad. Dat was afgesproken, anders was ik die morgen om tien uur in het dierenasiel geweest en was niet gebeurd wat de mevrouw mij net vertelde.

“Hoezo, net aan iemand anders beloofd?! Ik heb het poesje gisteren gezien. Zodra ik thuis was heb ik geprobeerd te bellen, maar jullie waren al dicht en daarom heb ik haar per email gereserveerd en gezegd dat ik vandaag tussen tien en twaalf zou bellen om het nog eens te bevestigen. Dat doe ik nu en dan hebben jullie de poes net aan iemand anders toegezegd? Dat kan dus niet. Ik was eerder, ik heb daar schriftelijk bewijs van!”

Dit had ik al drie keer herhaald, maar de ongetwijfeld toegewijde vrijwilligster van het dierenasiel bleef maar volhouden dat ik toch echt te laat was, want het poesje was vijf minuten geleden besproken.

Woest was ik, inmiddels ter hoogte van Schiphol. En ik zou maandag wel eens uit gaan leggen dat ik in mijn recht stond!

De dag ervoor waren we in het asiel geweest, mijn man en ik. Eén van onze katten, Hoppe, was te vroeg en onverwacht overleden en ik had een paar dagen verdrietig het huis gedeeld met Peppertje van zestien en de stilte gehoord. Peppertje, doof en bijna blind, waarvan we al een paar jaar verwachten dat ze in zal slapen, maar die ondertussen al haar tijdgenoten heeft overleefd.

Mijn man wilde niet mee naar het asiel. Hij wilde al die zielenpieten niet zien, die vaak buiten hun schuld in een situatie terecht zijn gekomen waarin ze niet gelukkig zijn en waarvan ze niets begrijpen. Maar ik wilde niet alleen, omdat ik vond dat hij mee moest beslissen over met welke kat we ons huis de eerstvolgende tien jaar gingen delen. En ook om te voorkomen dat bij schade aan de leren bank of aan zijn favoriete stoel of aan belangrijke papieren of aan een nog niet gelezen krant, hij uit zou roepen: het was jouw keus!

Ik viel voor een rood katertje van acht maanden oud. Mijn man in eerste instantie niet. Hij zag het speelse ding in gedachten al sprinten over die leren bank. Maar we wilden toch een zo jong mogelijke kat, want we hebben te veel afscheid moeten nemen de afgelopen jaren, dus werden we het eens. Het rode katertje werd gereserveerd. Over het lapjespoesje van anderhalf, dat ook zo lief spon en zo zacht was, vergaderden we in de auto, na ons asielbezoek op weg naar huis, en het vervolg van het verhaal is u inmiddels bekend.

Terwijl we daar rondkeken in de kattenverblijven werd mijn man bijna omver gekopt door een zwarte kater met een deftige witte bef. We informeerden naar zijn leeftijd. Hij bleek vijf te zijn en paste daarmee niet in onze profielschets. Ik haalde hem ook even aan. Twee heldergroene ogen keken mij vriendelijk en doordringend aan. Hij genoot van de aandacht en spon uitbundig.

En kijk. Nadat mijn boosheid na een half weekend een beetje was gezakt en ik had besloten dat ik me niet zou verlagen tot vechten om een poesje, kwam er een zwarte kop bovendrijven in mijn gedachten. Een zwarte kop met prachtige groene ogen. Op zondagmorgen zei mijn man ineens: “Ik kan die zwarte kater niet uit mijn hoofd zetten.” En samen besloten we lachend dat die zwarte jeweetwel heer er dan maar moest komen.

MaandagPepper, Europese korthaarmorgen heb ik het asiel gebeld. En voor de beheerster van wal kon steken met haar verdediging van de gang van zaken, heb ik gezegd: “We gaan drie katten aan een goed tehuis helpen. Ik hoop dat het poesje goed terecht komt en vanmiddag haal ik het rode katertje op én die zwarte van vijf.” Iedereen tevreden.

De twee katers waren al een uur in huis toen Pepper letterlijk lucht kreeg van de nieuwe huisgenoten. Haar ogen werden groot als schoteltjes, haar haren gingen overeind en dwars lopend om nog groter te lijken, sprong ze op de katers af. Die doken blazend in elkaar bij dit machtsvertoon. Pepper draaide zich vervolgens waardig om, sprong weer op haar kussen en ging verder met haar Mars, Europese korthaarschoonheidsslaapje. Sindsdien laten de katers de oude dame gewoon met rust. Samen kunnen ze het heel goed vinden. Mars, het rode katertje, heeft de bank al behoorlijk te pakken gehad, maar ik ben inmiddels geoefend in het wegwerken van krasjes. Bovendien kan hij zo aandoenlijk knuffelen, dat we hem al zijn zonden direct weer vergeven. En Milo, Europese korthaarMilo, onze zwarte kanjer, loopt hier rond alsof hij al zijn hele leven bij ons woont. Hij heeft ons uitgekozen en zichzelf op een indrukwekkende wijze verkocht. Hij kijkt me soms langdurig aan met zijn grote groene ogen en knijpt ze dan even samen. Wat nou profielschets, lijkt hij te zeggen, ik hoor hier gewoon!

 

Cora Westerink
teksten