Column OOK nr. 12 2009 Geluk
Geluk. Je kunt het hebben en voelen. Geluk heb je als het stralend winterweer is als je een familiefeest organiseert, terwijl ze ijzel voorspelden. Of als je de trein mist die later zal verongelukken. Geluk voelen is voor iedereen anders. Ik voel geluk bij de man waar u waarschijnlijk niet op valt. Of als ik soms onbespied kijk naar het gezinnetje van mijn dochter. Voor een ander is geluk misschien een vogel horen fluiten na een ooroperatie of na maanden van revalidatie weer los kunnen lopen. Maar geluk verandert ook gedurende een mensenleven. Het geluksgevoel dat ik vroeger voelde als wij, in een gehuurde eend, op de bonnefooi de zon tegemoet reden, ben ik kwijt. Te veel ‘bagage’ om nog zo onbevangen simpel gelukkig te zijn. Geluk zit nu meer in dingen waarvan je weet dat je ze bijna niet meer had.
Samen naar een mooie zonsondergang kijken of een pasgeboren kalf: dan zit het geluk in het woordje samen. Geluk zit voor mij ook in een stapeltje stenen op de sidetable in mijn gang. Doodgewone stenen van uiteenlopende komaf waar niks edels aan is.
Tien jaar geleden liepen mijn man en ik op de Veluwe. Voor het eerst na een heftige periode weer een paar dagen op stap. Rustig slenteren, meer zat er nog niet in, maar wat waren we gelukkig met gewoon daar te kunnen lopen na een tijd geloofd te hebben afscheid te moeten nemen.
Mijn man bukte zich plotseling en raapte een steen op. Het was onze trouwdag. Daar deden we nooit veel aan, vaak was de dag al voorbij voor we er aan dachten. Nu waren we ons heel bewust van de datum, omdat we allebei stiekem hadden gedacht dat we hem niet meer samen zouden beleven.
Mijn man gaf me de steen en zei: “Alsjeblieft, als symbool voor mijn onsterfelijkheid.”
Sinds die dag zoeken we elk jaar een steen op onze trouwdag. We gaan op pad en komen er vanzelf ergens een tegen. Onder op de steen zet ik de datum en de vindplaats, maar dat is vast voor als ik vergeetachtig word, want ik weet van elke steen precies waar hij vandaan komt. Versteend geluk, onverwoestbaar. De steen van dit jaar vond mijn man in de kraam van een herfsttijlooskweker op een open tuindag. Daar lag hij ter decoratie, want Colchicumbollen zijn onooglijke dingen. Een baksteen van de afgebroken schoorsteen van een huis in Tsjechië: zoiets verzin je niet!
Onlangs kreeg Elin ineens oog voor het stapeltje stenen. Ze groeit aardig door en kan daardoor op, en als ze de kans krijgt in, kastjes kijken.
“Oma, zijn dat stenen?” vraagt ze naar de bekende weg. “Die moeten toch buiten?”
“Deze niet, die heb ik van opa gekregen en ik krijg er elk jaar eentje bij. Omdat opa blij met me is.”
’s Middags ligt er ineens een klein kiezelsteentje bovenop de stenenstapel. Zorgvuldig uitgezocht in de grindbak naast ons huis door een klein meisje dat precies weet hoe ze geluk moet geven.